BREF afvalwaterbehandeling

Op 17 augustus 2018 werden de BBT-conclusies (Best Beschikbare Technieken) voor afvalbehandeling gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het bijhorende BREF document (referentie document over de best beschikbare technieken), zijnde BREF WASTE TREATMENT (BREF WT), dient als achtergrondinformatie en verduidelijking van deze BBT-conclusies. De vorige versie dateerde al uit 2010 en werd opgesteld in het kader van de implementatie van de Industriële Emissies Richtlijn (RIE). De BBT-conclusies vormen onder de RIE de referentie voor het vaststellen van de vergunningsvoorwaarden voor GPBV-installaties (Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging), installaties met een potentieel grote impact op het milieu.

De Europese Unie heeft aan Vlaanderen duidelijk gemaakt dat mestverwerking niet gevrijwaard kan worden van de gevolgen van de publicatie van de BREF Waste Treatment en de bijhorende BBT conclusies dus ook van toepassing zijn op de biologische verwerking en biothermische droging van mest.

Verschillende verwerkers ontvingen in de week van 28 januari 2019 een brief van het Departement Omgeving dat hun biologische mestverwerkingsinstallatie of biothermische drooginstallatie een GPBV-installatie betreft waarvan de hoofdactiviteit valt onder het toepassingsgebied van de BBTconclusies voor afvalbehandeling (BREF Waste Treatment. Voor een biologische behandeling is dit het geval vanaf een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, of een verwerkingscapaciteit van meer dan 27.500 ton per jaar. Als de biologische verwerking plaatsvindt in de 2e stap van het verwerkingsproces, bijvoorbeeld na fysische scheiding van dunne en dikke fractie, geldt de capaciteitsdrempel alleen op het biologische deel (dunne fractie). Bij een 80/20- verdeling van dunne en dikke fractie komt dit overeen met een jaarcapaciteit van meer dan 34.200 ton per jaar.

In eerste instantie zal de vergunning van de betrokken installaties geëvalueerd worden. De planning van de evaluaties vindt u in het meerjarenprogramma algemene evaluaties. De bevoegde omgevingsvergunningscommissie zal de betrokken verwerkingsinstallaties van de start van deze algemene evaluatie op de hoogte brengen. Bedoeling is dat deze verwerkingsinstallaties binnen de vier jaar na publicatie van de BREF Waste Treatment dienen te voldoen aan de bijhorende BBTconclusies, zijnde tegen augustus 2022. De gevolgen voor deze installaties zijn op dit moment nog onduidelijk en hangen af van de vertaling van de BBT-conclusies in VLAREM III. Deze vertaling wordt verwacht tegen augustus 2019.

Merk op dat, volgens de informatie waarover VCM beschikt, op heden alleen mestverwerkingsinstallaties, waarvan de vergunde capaciteit boven de hogervermelde drempels valt én waarbij de mestverwerking de hoofdactiviteit is, een brief van het Departement Omgeving ontvangen hebben. De mestverwerking is de hoofdactiviteit als (1) de mestverwerkingsinstallatie verbonden is aan een landbouwbedrijf maar beiden op een aparte vergunning staan, (2) het bijhorende landbouwbedrijf onder de GPBV-drempel valt volgens de BREF Intensive Rearing of Poultry and Pigs (dus minder dan hetzij 2.000 varkens/750 zeugen/40.000 pluimvee), of als (3) het een afzonderlijke mestverwerkingsinstallatie betreft die niet verbonden is aan een landbouwbedrijf.

Het VCM volgt de ontwikkelingen op de voet op. Voor meer specifieke informatie kan u terecht bij de vergunningverlenende overheid of in voorkomend geval uw bedrijfsconsultant.