Starten met mestbe- en verwerking

De realisatie van mestbe- en verwerking kadert binnen een aantal uiteenlopende wetgevingen op diverse bestuurlijke niveaus. Het is niet evident om in dit kluwen van wetgeving je weg te vinden. Bovendien wordt een starter met allerlei keuzes en vragen geconfronteerd:

Welke techniek zal ik gebruiken? Hoe plant ik de installatie in de omgeving in? Heb ik recht op subsidies?

Bij deze zaken willen we als VCM een helpende hand toesteken en een overzicht geven van alle relevante informatie. Deze starterspagina is een eerste leidraad waarbij links voorzien zijn naar de uitgebreidere info op andere plaatsen binnen deze VCM-website. 

Mestbewerking en mestverwerking

Volgens het mestdecreet is er een duidelijk verschil tussen mestbewerking en mestverwerking.

Typische voorbeelden van mestbewerking zijn vergisten of scheiden van ruwe drijfmest. Hierbij blijven de nutriënten (N,P,K) behouden en wordt het daarom niet als verwerking beschouwd.

Veetelers kunnen bij een mestoverschot op bedrijfsniveau bijvoorbeeld opteren om drijfmest te scheiden, wat resulteert in een vloeibare dunne fractie  en een vaste dikke fractie.

De fosforrrijke dikke fractie kan die na hygienisatie, bijvoorbeeld door biothermische droging, geëxporteerd worden buiten Vlaanderen, wat wel wordt beschouwd als mestverwerking aangezien de nutriënten niet op Vlaamse bodem terecht komen.

De dunne fractie is stikstof- en kaliumrijk en kan op eigen gronden toegepast worden in grotere volumes dan ruwe mest tengevolge van de gewijzigde N/P verhouding.

Een mestoverschot kan ook verwerkt worden in een mestverwerkingsinstallatie.

In Vlaanderen wordt mest voornamelijk gescheiden in een dunne fractie, die een biologische behandeling ondergaat, en een dikke fractie die gehygieniseerd wordt in een biothermische drooginstallatie. De biothermisch gedroogde [TV6] dikke fractie kan op export, voornamelijk naar Frankrijk.

Sommige veetelers zijn verplicht om een deel van de mest geproduceerd op het bedrijf te verwerken ruil voor de verwerking van de mest ontvangt de veeteler mestverwerkingscertificaten dewelke bewijzen dat de mest verwerkt is en ook vrij verhandeld kunnen worden tussen landbouwers, mestverzamelpunten en mestverwerkingseenheden.

Zelf investeren of niet?

Indien u beslist om de mest geproduceerd op uw bedrijf te gaan scheiden , bijvoorbeeld op basis van de resultaten van de scheidingstool voor varkensmest, heeft u verschillende opties. U kan zelf een scheider aankopen of dit kan in groep gebeuren. Er zijn echter ook mobiele installaties.

U hebt als veehouder eveneens verschillende mogelijkheden om uw mest te gaan verwerken.

Indien u zelf wil investeren in een installatie, dan hebt u ongetwijfeld heel wat vragen. Via onderstaande informatie loodsen wij u doorheen de specifieke informatie, voor u van toepassing.

In sommige gevallen is het niet aangeraden om zelf te investeren in een installatie. Zo kan het voorkomen dat dergelijke investering niet past binnen de huidige bedrijfsvoering of dat er geen geschikte inplantingsplaats voorhanden is. Dan kan u mee-investeren in een andere initiatief of u kan uw mest afvoeren naar een operationele installatie.

Keuze van verwerkingstechniek

https://www.vcm-mestverwerking.be/nl/kenniscentrum/4624/externe-toolsBij de verwerking van varkensmest is het meest gebruikte systeem (98 van de 121 operationele mestverwerkingsinstallaties in 2016) verwerking van de dunne fractie in een biologie. De verwerking van de dikke fractie van varkensmest, samen met pluimveemest, vindt hoofdzakelijk plaats in grotere en gespecialiseerde mestverwerkingsbedrijven door toepassing van biothermische droging .

De energievalorisatie van mest door vergisting , veelal in combinatie met energieteelten of organisch biologisch afval, kan een waardevolle tussenstap zijn bij mestverwerking. Het digestaat na vergisting dient echter een verdere behandeling te ondergaan alvorens in aanmerking te komen voor mestverwerking.

De verwerking van pluimveemest gebeurt hoofdzakelijk door biothermische droging  of door de export van gedroogde of ruwe mest.

Een overzicht van alle mogelijke technieken vindt u bij technieken. De keuze voor een bepaalde techniek is sterk afhankelijk van de bedrijfssituatie: mestsoort, grootte van mestverwerkingsplicht, bedrijfsmatige verwerking of grootschaligere aanpak, enzovoort.

VCM ontwikkelde reeds een tool om de impact op de kosten van de digestaatnaverwerking te berekenen voor verschillende verwerkingstechnieken. In het kader van het DIMA-project werd in opdracht van Vlaco een evaluatie-tool ontwikkeld waar vergisters de invloed van een bepaalde nabehandelingstechniek op productsamenstelling, investeringen, ... kunnen nagaan.

De laatste jaren was het niet stil rond mestverwerking. Bestaande technieken werden verfijnd, nieuwe technieken werden ontwikkeld. Er zijn nieuwe technieken in opmars, die de recuperatie van nutriënten mogelijk maken, zoals ammonium stripping-scrubbing en fosforrecuperatie.

Inplantingsvereisten

Voor mestverwerking zijn veelal geen specifieke bestemmingsgebieden voorhanden. Mestverwerking kan gerealiseerd worden in agrarisch gebied, mits voldaan wordt aan een aantal randvoorwaarden. Grootschalige installaties dienen zich te wenden tot lokale of regionale bedrijventerreinen.

Naast het voldoen aan de vereisten van de ruimtelijke ordening willen wij eveneens wijzen op het belang van pro-actieve communicatie met de omwonenden. Bij het uitwerken en aanvragen van een mestverwerkingsproject is communicatie heel belangrijk, maar ook tijdens de bouw en de uitbating van een installatie is een goede dialoog met de omgeving van ontzettend groot belang.

Vergunningen

Na het kiezen van het meest passende mestverwerkingssysteem en de inplantingsplaats, moeten een omgevingsvergunning aangevraagd worden.

Uitbating

Bij de uitbating van de mestverwerkingsinstallatie dienen een aantal verplichtingen nagekomen te worden.

In het kader van het Mestdecreet zijn volgende zaken van belang: de mestverwerkingsplicht, het verkrijgen van mestverwerkingscertificaten, bedrijfsontwikkeling na bewezen mestverwerking, vereisten voor transport, het bijhouden van een register , de jaarlijkse aangifte, staalnames, enzovoort.

In het kader van de omgevingsvergunning moet u als uitbater rekening houden met: het verplicht opmaken van een meetprotocol en nutriëntenbalans, verplichtingen bij de ontvangst van grondstoffen, het bijhouden van een register, het opmaken van een werkplan, specifieke maatregelen om hinder te voorkomen (uitbatingsvoorwaarden), en diverse normen zoals de luchtemissiegrenswaarden, lozingsnormen en geluidsnormen. Daarnaast kunnen verplichtingen voor bodemsanering van toepassing zijn. 

Subsidies

Subsidies in de land- en tuinbouwsector worden toegekend vanuit het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Mestverwerking op zich (in tegenstelling tot luchtzuivering, mestscheiding en pocketvergisting) is hierbij uitgesloten. Er zijn wel verschillende projectsteun mogelijkheden die van toepassing kunnen zijn op mestverwerking.

Bij mestvergisting is andere steun mogelijk, en dit zowel bij de investering (verhoogde fiscale aftrek) als bij de uitbating (groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten). Voor meer informatie over subsidiemogelijkheden bij vergisting wordt u doorverwezen naar de website van Biogas-e.

Eindproducten

Om aan de mestverwerkingsplicht te voldoen, moeten volgens het Mestdecreet de eindproducten van de mestverwerking geëxporteerd worden buiten Vlaanderen of afgezet worden op niet-landbouwgrond binnen Vlaanderen.

Mestbe- en verwerking resulteert in verschillende producten met elk specifieke eigenschappen. Voor de afzet van deze producten gelden specifieke regels .

In eerste instantie is er de Vlaamse wetgeving (Mestdecreet). Deze wetgeving voorziet in regels omtrent mesttransport, afzet van producten op de Vlaamse landbouwbodem, de uitrijregeling … Ook de VLAREMA regelgeving kan van toepassing zijn, bijvoorbeeld als er andere stromen dan dierlijke mest mee verwerkt zijn.

Verder zijn er ook regels op federaal niveau voor de verhandeling van eindproducten.

Tenslotte is ook de Europese 1069/2009 Verordening van toepassing, bijvoorbeeld bij export van gehygieniseerde mest. Tevens moet de installatie zelf in het kader van de EG 1069/2009 aan een aantal vereisten voldoen.

Bij export naar niet-EU landen zijn specifieke regels van toepassing.

VCM ontwikkelde brochures met meer informatie voor de export van mestproducten naar Frankrijk en Duitsland.

Nog vragen?

Contacteer ons gerust via onderstaand formulier.