Vergisting

Vergisting van dierlijke mest vindt plaats onder anaërobe (zuurstofloze) omstandigheden in gesloten reactoren. Meestal wordt dierlijke mest samen met energieteelten of organisch biologische afvalstoffen vergist (co-vergisting) om het rendement van de vergisting te verhogen. Voor een optimale vergisting is een goede menging en een externe warmtebron nodig. Tijdens de vergisting wordt een groot deel van de organische stof omgezet tot biogas, dat onder andere uit methaan en koolstofdioxide bestaat.

Schema van een vergister

Het biogas kan worden ingezet als een hernieuwbare brandstof voor bijvoorbeeld de aandrijving vaneen WKK, waarbij het gas verbrand wordt in een gasmotor. Hierbij wordt groene energie geproduceerd, naast ook warmte. Deze warmte kan gebruikt worden om de reactoren op temperatuur te houden of kent andere toepassingen op het bedrijf. Het gevormd eindproduct, het digestaat, bevat door de afbraak van vluchtige organische vetzuren dus een lager gehalte organische stof (daling tot 80%). Het vezelige materiaal (lignine, cellulose) blijft in het digestaat achter en draagt zo bij tot de bodemverbeterende kwaliteit van het digestaat. Organisch gebonden stikstof komt vrij als ammonium en is onmiddellijk opneembaar voor de plant. Het fosfaatgehalte, alsook het gehalte aan zware metalen, blijft onveranderd.

Vergisting is dus geen verwerkingstechniek, omdat het digestaat nog alle nutriënten (N, P, K) bevat die oorspronkelijk in de mest aanwezig waren. Het digestaat moet nog een verdere behandeling ondergaan om aan de definitie van mestverwerking te voldoen. Uitgebreide informatie over anaerobe vergisting kan gevonden worden op de website van Biogas-e, het platform voor implementatie van anaerobe vergisting in Vlaanderen.

In onderstaand filmpje ondekt u alles over een biogasinstallatie met nabehandeling van de dunne fractie van het digestaat door middel van biologische stikstofverwijdering.