VCM enquête

Elk jaar bevraagt VCM de mestverwerkingssector via haar online enquête. De resultaten van deze jaarlijkse enquêtering vindt u terug in de Bibliotheek

Interpretatie 'niet benutte capaciteit'

In het rapport over de enquête wordt er elk jaar vermelding gemaakt van ‘niet benutte capaciteit’ (vroeger 'vrije capaciteit'). Men moet zich ervan bewust zijn dat de meeste mestverwerking in Vlaanderen gebeurt door biologische processen. Deze processen kunnen de operationele capaciteit onder invloed van diverse factoren doen schommelen overheen de tijd. Daarom is de vergunde capaciteit vaak hoger dan de maximaal ingeschatte operationele capaciteit, wat zorgt voor een ‘buffer’ tegen schommelingen zodat de maximaal vergunde capaciteit niet overschreden wordt. De niet benutte capaciteit is met ander woorden geen gegarandeerde jaarlijkse invulbare capaciteit

Niet benutte capaciteit kan bovendien te wijten zijn aan de opstart van nieuwe installaties in het kalenderjaar waarover gerapporteerd wordt. Merk op dat er in 2018 en 2019 bijvoorbeeld negen nieuwe installaties zijn opgestart en enkele andere hun capaciteit hebben uitgebreid. Deze installaties hadden nog niet hun volledige capaciteit benut in 2019, wat de gerapporteerde niet benutte capaciteit kan verklaren. Andere redenen voor het verschil tussen de beschikbare en operationele capaciteit die de verwerkers aangeven zijn vooral technisch (storingen, verbouw- of herstelwerken, traag droogproces). 

Samenvatting enquêteresultaten 2020

Uit de resultaten van de recente bevraging over het jaar 2020 kwam naar voren dat er 43,5 miljoen kg stikstof uit dierlijke mest (incl. export) werd verwerkt. Dit komt overeen met 4,6 miljoen ton. Ten opzichte van 2019 is dit een daling van 6,3 miljoen kg stikstof of 0,4 miljoen ton mest.  

Deze daling in de mestverwerking in 2020 is deels te wijten aan de verminderde vraag naar landbouwproducten ten gevolge van horeca-sluitingen tijdens de lockdown. Door een dalende vraag naar champignons in de horeca was hierdoor een daling in champignonsubstraatbereiding te zien (pers. comm. Vlaamse champignonsubstraat-bereider). En de sluiting van de horeca zorgde voor een lagere vraag naar pluimvee met een prijsdaling tot gevolg, waardoor de sector een langere leegstand van de pluimveestallen heeft gehouden en eventueel minder dieren heeft opgezet in de stallen (pers. comm. Pluimveeloket). 

Momenteel zijn er in Vlaanderen 143 operationele mestverwerkingsinstallaties actief, waarvan de gegevens van 137 installaties werden opgenomen in het rapport.

Pluimveemest behoudt de bovenhand

90% van de 43,5 miljoen kg stikstof die in 2020 verwerkt werd, was afkomstig van de verwerking en export van varkensmest (18,8 miljoen kg N of 43,4%) en de verwerking en export van pluimveemest (20,4 miljoen kg N of 46,9%). Voor beide mesttypes is de export (in tonnage ruwe mest) gestegen. De verwerking (in tonnage) van varkensmest is gestegen terwijl de verwerking van pluimveemest is gedaald. Hoewel bij varkensmest zowel de verwerking als de export gestegen is op basis van tonnage, zijn beiden wel gedaald op basis van kg N. Een optimalere voederconversie en voedertechnische verbeteringen zorgen voor een afname van het N-gehalte in varkensmest.

De verwerking en export van runder- en kalfsmest daalde met 6% ten opzichte van 2019, terwijl ook de import van rundermest is gedaald (van 55 826 ton naar 24 130 ton). De verwerking van de dikke fractie van rundermest is eveneens gedaald met 77%. De export van ruwe rundermest naar Nederland steeg wel met 25%. Ook de verwerking van dunne fractie van rundermest is gestegen (12,5%), net als de verwerking van runderstalmest (3%).

Daarnaast stijgt de verwerking van digestaat met 3,9%. De verwerking en export van paardenmest en de verwerking van champost daalden in 2020 met respectievelijk 60,2% en 56,3%, wat voornamelijk werd veroorzaakt door COVID-19, omdat er minder champignonsubstraat werd geproduceerd als gevolg van een verminderde vraag naar champignons door de horecasluitingen.

Technieken in Vlaanderen

In Vlaanderen is de biologische mestverwerking waarin stikstof wordt verwijderd uit de dunne fractie van varkensmest, rundermest en/of digestaat nog steeds de meest toegepaste techniek (108 van 137 installaties). In 2020 werden zelfs nog 5 nieuwe biologische mestverwerkingsinstallaties operationeel. Biologische mestverwerking is nog steeds een Best Beschikbare Technologie (zie BBT Mestverwerking). De tweede meest toegepaste techniek in Vlaanderen is het biothermisch drogen (16 installaties, waarvan 3 installaties ook het eindproduct drogen en korrelen). Het voorbije jaar kwam er 1 biothermische drooginstallatie bij in Vlaanderen. In 2020 zijn er 4 bedrijven (3 biothermische drooginstallaties, 1 filtratie) gestopt of tijdelijk niet operationeel.

In 2020 werd de grootste hoeveelheid stikstof (15,6 miljoen kg N of 42,6%) verwerkt via de biologische verwerking van de dunne fractie van varkensmest, rundveemest of digestaat. Via de biothermische droging van voornamelijk pluimveemest, paardenmest, de dikke fractie van varkensmest en de dikke fractie van rundermest werd in 2020 15,3 miljoen kg N (41,8%) verwerkt.

De grootste hoeveelheid fosfaat (12,2 miljoen kg P2O5 of 77%) wordt verwerkt via de biothermische droging.

Uit de enquête blijkt dat de conventionele technieken van mestverwerking, namelijk mestscheiding gevolgd door de biologische verwerking van de dunne fractie in een ‘biologie’ en de export van de biothermisch gedroogde dikke fractie, cruciaal blijven voor een oordeelkundige verwerking van het Vlaamse mestoverschot.

Bij de opmaak van het rapport over de operationele mestverwerkingscapaciteit in 2020 werden cijfers gebruikt van de VLM Mestbank. Het rapport kwam tot stand met steun van de Vlaamse Overheid.

Een gedetailleerde bespreking van de enquêteresultaten kan u vinden in het rapport “VCM-enquête Operationele Stand van zaken Mestverwerking 2020”.