Tijdens de algemene vergadering van het VCM op 28 mei in Transfarm, Leuven, werd stilgestaan bij de evolutie en toekomst van mestverwerking in Vlaanderen. Wat ooit startte als een noodzaak om het mestoverschot aan te pakken, is vandaag uitgegroeid tot een essentiële bouwsteen van duurzaam nutriëntenbeheer.
Van probleemaanpak naar structurele pijler
Na een periode van pionieren begin de jaren ’90, kende mestverwerking naar het einde van de 90’er jaren in Vlaanderen een gestage opmars in antwoord op de vraag om de mestoverschotten aan te pakken. Dankzij mestverwerking kent Vlaanderen sinds 2007 een mestbalans in evenwicht: ook al groeide de veestapel in de afgelopen decennia, de mestverwerkingscapaciteit evolueerde mee.
Vandaag telt Vlaanderen 162 mestverwerkingsinstallaties (mestrapport 2024) en wordt 31% van de stikstof uit dierlijke mest via de mestverwerking buiten Vlaanderen afgezet. Dit illustreert de cruciale rol die de sector op vandaag speelt in het beheersen van nutriëntenstromen in Vlaanderen.
Verschillende technieken, één doel
De sector steunt op 2 belangrijke technieken: biologische verwerking en compostering/thermisch drogen. De laatste jaren hebben ook stripping/scrubbing en omgekeerde osmose zich als technologie doorontwikkeld tot mature mestverwerkingstechnieken. Deze innovaties maken het mogelijk om mest te verwerken én waardevolle nutriëntenstromen terug te winnen.
De toekomst is circulair
De toekomst van mestverwerking is circulair. Mest levert niet alleen nutriënten, maar ook water en koolstof zijn waardevolle grondstoffen. Op korte termijn ligt de focus evenwel op het circulaire valoriseren van de nutriënten uit mest. We spreken van RENURE, of gerecupereerde nutriënten uit mest. Europa creëerde in 2025 binnen de Nitraatrichtlijn het kader om deze RENURE-producten toe te passen als kunstmestvervanger, bovenop de 170 E N/ha uit dierlijke mest. Momenteel vertaalt Vlaanderen dit kader in concreet beleid.
Een circulaire logica voor Vlaanderen
Jaarlijks wordt in Vlaanderen 140 milj kg stikstof gebruikt in de plantaardige productie. 61% van deze stikstof is afkomstig uit dierlijke mest, 36% uit kunstmest. Sinds 2007 is het gebruik van N uit dierlijke mest gedaald met 15%. De afzetruimte voor dierlijke mest werd immers beperkt door de verscherpte bemestingsnormen en het afschaffen van de derogatie. Tegelijk zien we dat in dezelfde periode het gebruik van stikstof uit kunstmest met 19% gestegen is.
Dit resulteert in de realiteit dat in Vlaanderen in 2023 50,9 miljoen kg N uit kunstmest werd gebruikt, en tegelijk 37,9 miljoen kg N uit Vlaanderen werd geëxporteerd via de verwerking van dierlijke mest.
Het potentieel van RENURE om de nutriëntenkringenlopen in Vlaanderen beter te sluiten is hiermee helder.
Niet alleen een circulaire logica, maar ook een economische en strategische logica
Europa en Vlaanderen zijn voor de productie van voedsel op vandaag erg afhankelijk van de import van kunstmeststoffen en energie van buiten Europa. In 2022 werd Europa een eerste keer opgeschrikt wat de impact van de geopolitiek op de kostprijs van en de toegankelijkheid tot kunstmeststoffen kan zijn: de prijs van kunstmest steeg op een bepaald moment met maar liefst 300 %. Krap 4 jaar later dient zich opnieuw een dergelijke crisis aan, ditmaal getriggerd door het VS-Iran conflict rond de Straat van Hormuz.
Het besef groeide binnen Europa dat de Europese voedselproductie niet alleen economisch maar ook strategisch kwetsbaar is, onder andere omwille van de afhankelijkheid van nutriënten van buiten Europa. Vanuit dit besef publiceerde Europa op 19 mei 2026 het ‘Fertiliser Action Plan’. Dit plan focust op beschikbaarheid en betaalbaarheid van meststoffen én strategische autonomie door middel van ‘home-grown EU meststoffen’. Het plan ambieert in te zetten op én het versterken van de koolstofarme productie van kunstmeststoffen binnen Europa én productie en gebruik van circulaire en alternatieve meststoffen, waaronder RENURE.
En een haalbare logica
VCM berekende dat, wanneer Vlaanderen 15% van de gebruikte kunstmest wil vervangen door in Vlaanderen geproduceerde RENURE, 33% van de mest die op vandaag verwerkt wordt, gebruikt moet worden voor de productie van deze RENURE. Hiervoor zijn 71 ammoniakstripping-installaties nodig. Gezien de waarde van RENURE als kunstmestvervanger kan dit binnen een positief verdienmodel.
De rol van mestverwerking: meer dan ooit strategisch
Mestverwerking staat vandaag op een kruispunt. Van een instrument om overschotten te beheren, evolueert ze naar een strategische schakel in het sluiten van nutriëntenkringlopen, het versterken van de Europese en Vlaamse strategische autonomie en het versterken van de weerbaarheid van de landbouwsector.
Hierbij moet mestverwerking als technologische oplossing geïntegreerd worden in een globale duurzame visie, waarbinnen ook investeren in bodemvruchtbaarheid en correct bemesten in functie van de waterkwaliteit strategische pijlers zijn.
Samen vooruit
Met zijn rol als kenniscentrum, aanspreekpunt en netwerkorganisatie speelt VCM een voortrekkersrol in deze evolutie. De uitdaging is duidelijk: bouwen aan een toekomst waarin mestverwerking niet langer het eindpunt is, maar het vertrekpunt van een circulaire nutriënteneconomie.